Zonaanbidders - Julia van Rijn

In bijna alle oude culturen wordt de zon als godheid aanbeden om zijn warmte en licht, dat het graan doet rijpen en het leven verwarmt. De Egyptische Ra, uitgebeeld als scarabee – mestkever -, is bekend van de schatten uit de graftombe van Toetanchamon. In de herinnering leeft De Kolossus voort, een bronzen beeld van 32 meter hoog, dat de Griekse zonnegod Helios voorstelde, die waakte over de haven van het Griekse eiland Rhodos, totdat een aardbeving in 226 voor Christus een einde maakte aan dit wereldwonder.

Ook wij, moderne mensen, zijn in zekere zin zonaanbidders. Wat is er fijner dan op een zomerse dag je te laten koesteren door de zon op je blote huid? Daniël Lohues bezingt met zijn band ‘Skik’ de schoonheidvan een zomerdag en vraagt zich af ‘… dus bij wie moet ik in godsnaam  zijn? Het zou wel leuk zijn als je zeggen kon: dankjewel voor de zon’.

Lohues aanbidt de zon niet, maar zoekt een adres voor zijn dankbaarheid. Daarmee raakt hij een Bijbelse snaar. Het scheppingsverhaal uit Genesis 1 ontdoet de natuur van zijn goddelijkheid. Zon en maan, aanbeden als goden door de volken die Israël omringen, worden ‘maaksels’: groot licht voor overdag, klein licht voor in de nacht. Poëtisch en prozaïsch tegelijk. Je hoeft ook niet te geloven in een schepping in zes dagen om het verhaal te begrijpen. Niet de schepping, maar de Schepper is onze dank waardig.

Voor een profeet uit het Oude Testament heeft de zon nog een dubbele functie: hij brandt als een oven die de goddelozen tot stoppels verschroeit, maar voor hen die eerbied hebben voor God brengt de zon gerechtigheid en genezing. De Eeuwige zelf lijkt uiteindelijk een stuk minder streng dan zijn profeten. In de Bergrede horen we dat de Vader in de hemel de zon laat opgaan over goede en slechte mensen. Een genereus gebaar, want wie is goed?
Ik hoop op een zomer die ons veel dagen schenkt waarop we kunnen zingen: Dankjewel voor de zon!

Ds. Julia van Rijn is scriba van de Protestantse Kerk Amsterdam.