Tent - Julia van Rijn

Heb je een huis, van alle gemakken voorzien, kruip je zodra je vakantie hebt in een tent... Dat is althans wat veel Amsterdammers doen. Die van ons is in de loop der jaren wat groter geworden, maar het gevoel is hetzelfde gebleven. Een paar weken leven op de bonnefooi. Is het ergens mooi? Dan blijven we nog even. Regent het te lang? Inpakken en wegwezen. Kamperen is vrijheid, beweeglijkheid. Kamperen is romantiek, zelfs op een camping met warme douches.

Romantiek is ver te zoeken in de vele tentenkampen overal ter wereld waar miljoenen mensen onderdak vinden,op de vlucht voor geweld en armoede. Op naar Europa. Ze zoeken vrijheid, veiligheid, werk, maar ze zijn vastgelopen tussen verleden en toekomst. Hun tent is geen symbool van beweeglijkheid, maar van gestrand verlangen.

God woont het liefst in een tent. Zo is hij bij zijn volk, nomaden onderweg naar het beloofde land. Het volk settelde zich, bouwde ook voor God een godshuis. Maar in de tempel is het altaar dat Gods aanwezigheid symboliseert voorzien van draagstokken. God laat zich niet vastpinnen. Hij wil bewegen, zijn tent kunnen opzetten waar mensen zijn, misschien wel midden in een vluchtelingenkamp.

En daar zitten we dan bij onze tent,met een goed boek en een lekker glas. Schuldig voel ik me niet. Wel ben ik me er van bewust dat mijn kamperen een prettig soort primitiviteit is ter onderbreking van een comfortabel leven. Mij stemt dat dankbaar. En het doet me nadenken over de vraag hoe ik kan bijdragen aan een wereld die een beetje eerlijker en rechtvaardiger is.In de kerk houden we ondertussen de hoop levend op die nieuwe stad, waar mensen mogen settelen en waar hun tranen worden gedroogd. Door God,die bij hen zal zijn, op zijn eigen beweeglijke wijze. Luister naar het visioen uit Openbaring: En ik hoorde een grote stem vanuit de troon zeggen: zie, de tent van God is bij de mensen, en hij zal bij hen wonen…

Ds. Julia van Rijn is scriba van de Protestantse Kerk Amsterdam. Reageren? Mail naar